De islam is evenwichtig, breed en universeel als het gaat om mensenrechten. Behalve voor hen die ernaar streven om de staat of het legitieme bestuur af te breken, of die vrijwillig iemands leven hebben genomen, leert de Koran ons dat het ten onrechte nemen van het leven van een persoon een misdaad tegen de hele mensheid is (Al-Ma’ida 5:32). Een dergelijke evaluatie kan in geen enkele andere religie of modern systeem worden gevonden, en een dergelijke hoge waarde is nog nooit door een mensenrechtencommissie of -organisatie aan het menselijk leven gehecht. De Islam accepteert het doden van één persoon alsof de hele mensheid gedood is, want de moord op één persoon laat het idee toe dat iedereen gedood kan worden.

De zoon van Adam, Kaïn, was de eerste persoon die bloed vergoot. Hoewel hun namen niet specifiek in de Koran of in de soenna worden genoemd, leren we uit eerdere geschriften dat een misverstand tussen de twee broers, Kaïn en Abel, heeft plaatsgevonden en dat Kaïn ten onrechte Abel uit jaloezie heeft gedood, waardoor een tijdperk van bloedvergieten werd geopend. Om deze reden zei de boodschapper van God in een van de hadiths:

Telkens wanneer een persoon ten onrechte wordt gedood, wordt een deel van de zonde voor die moord aan Kaïn toegerekend, want hij was de eerste die de weg van de onrechtvaardige moord voor de mensheid opende.

Deze gebeurtenis, met een belangrijke les, komt tot uiting in de Koran:

Leg hun eerlijk het nieuws van Adam’s twee zonen uit: Toen zij elk een offer aanboden, en de ene werd aanvaard en de andere afgewezen. Hij zei: “Ik zweer dat ik je zal doden.” De andere zei: “God accepteert alleen van hen die vroom zijn.” Hij voegde eraan toe: “Ik zweer dat zelfs als je je je hand uitstrekt om mij te doden, ik niet mijn hand zal uitsteken om jou te doden. Ik vrees God, de Heer der Werelden”. (Al-Ma’ida 5:27-28).

Het volgende oordeel wordt gegeven:

Iemand die een persoon doodt, is alsof hij de gehele mensheid heeft gedood, tenzij het (een wettige bestraffing is) voor moord of voor het veroorzaken van wanorde en corruptie op de aarde is; en de persoon die een leven redt, het is alsof hij de levens van alle mensen heeft gered. (Al-Ma’ida 5:32)

 

Dit principe is universeel en dus voor alle tijden geldig. Een ander vers stelt:

Als iemand een gelovige opzettelijk doodt, dan is zijn (of haar) vergelding de hel, om daarin (voor eeuwig) te blijven; en de toorn en de vloek van God zijn over hem (of haar) en een vreselijke straf is voor hem (of haar) bereid. (An-Nisa 4:93).

In een andere hadith, verklaarde onze profeet: “Wie gedood wordt bij de verdediging van hun bezittingen is een martelaar. Wie gedood wordt terwijl hij zijn leven verdedigt, is een martelaar. Wie gedood wordt terwijl hij zijn godsdienst verdedigt, is een martelaar. Wie gedood wordt tijdens de verdediging van hun familie is een martelaar”[2] Alle waarden die in deze hadith genoemd worden, zijn in alle rechtssystemen als aparte principes beschermd. Aan deze zaken wordt in de fundamentele boeken waaruit onze wet bestaat belang gehecht als zijnde “onmisbaar”. Vertrekkend hiervandaan is respect, vrijheid van geloof, leven, voortplanting, geestelijke gezondheid en persoonlijke bezittingen de basisprincipes die voor iedereen behouden moeten blijven. De islam benadert de mensenrechten vanuit deze basisprincipes.

Alleen de Islam eert de mensheid met de eervolle benaming “Gods plaatsvervanger”. Geen enkel ander systeem of religie doet dit. Bovendien stelt de Islam dat alles in de hemel en op aarde, door Gods wet, ondergeschikt is aan de mensheid als het op een legitieme manier gebruikt wordt. Hoe kan een religie die zo’n groot belang aan de mens toekent, de mensenrechten van zelfs maar één persoon verwaarlozen?

 

 

Zie:

1] Bukhari, Diyat, 2, Anbiya, 1, Anbiya, 1; Moslim, Kasamah, 27.

2] Tirmidhi, Diyat, 22; Abu Dawud, SUNNA, 32.

Lees meer:
Ihsan_Yilmaz
De naïviteit van Hizmet

Fethullah Gülen verklaarde enkele dagen geleden dat hij een vergissing heeft begaan toen hij de Turkse regeringspartij AKP (Partij voor...

Sluiten