Dit moeten wij, moslims, afwijzen – Fethullah Gulen in NRC

Dit moeten wij, moslims, afwijzen – Fethullah Gulen in NRC

Moslims, zegt Fethullah Gülen, wij moeten de door terroristen gepropageerde ideologie categorisch afwijzen en veroordelen. En wij moeten zelf voorbeeldig leven, en alert blijven op onze jeugd.

door: Fethullah Gülen
datum: 19 december 2015
in: NRC

[divider]

Fethullah Gülen is een Turkse islamgeleerde en de inspiratiebron van de Hizmet-beweging, ook wel bekend als Gülen-beweging. Time riep hem in 2013 uit tot een van de honderd invloedrijkste personen ter wereld.

[divider]

Woorden schieten te kort om uiting te geven aan mijn verdriet en afkeer over de onder meer door IS aangerichte bloedbaden. Samen met zo’n 1,5 miljard andere moslims ben ik diep gefrustreerd dat zulke groeperingen met hun geperverteerde ideologie terreur bedrijven uit naam van religie. Wij moslims hebben een bijzondere verantwoordelijkheid – niet alleen om met onze medemens de handen ineen te slaan en zo de wereld te behoeden voor terrorisme en gewelddadig extremisme, maar ook om het besmeurde imago van ons geloof te herstellen.

Het ware geloof wordt niet bepaald door slogans, kleding of uiterlijkheden; de lakmoesproef bestaat uit naleving van de kernwaarden die alle grote religies wereldwijd delen, zoals de onschendbaarheid van het leven en respect voor de waardigheid van alle mensen.

We moeten de door terroristen gepropageerde ideologie categorisch afwijzen en veroordelen. In plaats daarvan moeten we een plurale denkwijze naar voren schuiven. Immers, onze gemeenschappelijke menselijkheid komt vóór onze etnische, nationale of religieuze identiteit. De Franse burgers die in Parijs het leven lieten; de Libanese shi’itische moslims die een dag eerder in Beiroet omkwamen; de vele soennitische moslims in Irak die door dezelfde terroristen werden omgebracht – zij zijn op de eerste plaats allen menselijke wezens.

Onze beschaving kent geen vooruitgang zolang we het lijden van mensen, ongeacht religie of etniciteit, niet even tragisch vinden en niet met eenzelfde vastberadenheid daarop antwoorden.

Moslims moeten samenzweringstheorieën verwerpen. Zulke theorieën hebben er immers slechts toe geleid dat we onze sociale problemen niet onder ogen zien. We moeten juist de échte problemen aanpakken. Vormen onze gemeenschappen een vruchtbare voedingsbodem voor totalitaire groeperingen omdat we het autoritarisme in onszelf niet herkennen, door huiselijk geweld, verwaarlozing van onze jeugd en het gebrek aan opleidingen? En ons falen om basale mensenrechten en vrijheden na te leven, om een rechtstaat en plurale denkwijzen binnen onze gemeenschappen te implementeren? Heeft dat ertoe geleid dat jongeren alternatieve wegen bewandelen?

De recente tragedie in Parijs is de zoveelste die ons eraan herinnert dat de barbaarse daden uit naam van ons geloof krachtig verworpen moeten worden. Echter, op dit kritieke moment zijn afwijzing en veroordeling niet voldoende: het rekruteren van terroristen binnen moslimgemeenschappen moet worden bestreden door een effectieve samenwerking tussen de overheid, religieuze leiders en spelers uit het middenveld van de samenleving.

We moeten met onze gemeenschap een raamwerk opzetten dat niet alleen jeugdige risicogroepen identificeert, maar dat ook voorkomt dat jongeren het pad van zelfvernietiging kiezen en dat families bijstaat met advies en andere diensten.

“Het ware geloof wordt niet bepaald door slogans, kleding of uiterlijkheden”

We moeten een pro-actieve en positieve overheidsbetrokkenheid bevorderen opdat betrokken moslimburgers hun ideeën kunnen delen en kunnen plaatsnemen aan de tafel waar de anti-terreurmaatregelen worden bedacht.

We moeten onze jeugd leren zich te uiten met democratische middelen. Het inbedden van democratische waarden in onze schoolcurricula is daarom cruciaal, opdat jonge geesten een democratische cultuur aanleren.

In de nasleep van tragedies zoals die in Parijs komen in de regel sterke reacties bovendrijven. Islamofobie en antireligieuze sentimenten, maar ook de control gedreven behandeling van moslims door overheden zijn echter contraproductief. Europese moslimburgers willen immers in vrede en rust leven. Ondanks het negatieve klimaat moeten zij zich inspannen om meer betrokken te raken bij lokale en nationale overheden om tot een meer inclusief beleid te komen. Een beleid waarmee hun gemeenschappen beter in de samenleving integreren.

Het is ook belangrijk dat wij moslims kritisch kijken in hoeverre onze interpretatie en beoefening van de islam nog in lijn zijn met de voorwaarden en vereisten van deze tijd en hoe deze zich verhouden ten aanzien van wat collectieve historische ervaringen ons hebben geleerd. Dat impliceert geen breuk met de cumulatieve islamitische traditie, maar is eerder een intelligent vragen waarmee we de ware leer van de koran en de soennah bevestigen die onze islamitische voorgangers trachtten te onthullen.

Het uit zijn verband rukken van onze religieuze bronnen en het vervolgens dienstbaar maken aan geperverteerde ideologieën moeten we proactief marginaliseren. Islamitische denkers en intellectuelen moeten een meer holistische benadering aanmoedigen en gerechtelijke uitspraken heroverwegen die hun oorsprong hebben in de Middeleeuwen, een tijd van aanhoudende conflicten waarin religieuze en politieke overtuigingen vaak congruent waren. Er moet onderscheid komen tussen het koesteren van kernwaarden en dogmatisme. Het is mogelijk, zelfs absoluut noodzakelijk, om de vrijheid van gedachte, die tot een renaissance van de islam leidde, nieuw leven in te blazen en tegelijkertijd trouw te blijven aan het ethos van de religie. Alleen in zo’n atmosfeer kunnen moslims tegenwicht bieden aan onbeschaafdheid en gewelddadig extremisme.

“Waar we nu getuige van zijn is geen clash of civilizations, maar een botsing tussen menselijkheid en barbaarsheid binnen onze gemeenschappelijke beschaving”

In de nasleep van de recente gebeurtenissen ben ik verdrietig genoeg getuige van een opleving van Huntingtons theorie van de clash of civilizations. Deze retoriek werkt de werving door terroristische netwerken in de hand. Ik wil duidelijk stellen dat waar we nu getuige van zijn geen clash of civilizations is, maar een botsing tussen menselijkheid en barbaarsheid binnen onze gemeenschappelijke beschaving.

Ondanks al onze grieven is het onze verantwoordelijkheid als moslimburgers om deel uit te maken van de oplossing. Willen we wereldwijd de levens en burgerrechten verdedigen van moslims en van alle mensen, ongeacht hun geloofsovertuiging, dan moeten we nu handelen om het gewelddadige extremistische probleem in al zijn facetten aan te pakken: politiek, economisch, sociaal en religieus. Door zelf voorbeeldig te leven, door het in diskrediet brengen en marginaliseren van de extremistische interpretaties van religieuze bronnen, door alert te blijven op hun invloed op onze jeugd, en door democratische waarden in te bedden in opvoeding en scholing – zo kunnen we geweld en terrorisme, en de totalitaire ideologieën die hen voortbrengen, bestrijden.

Dit artikel is afgelopen donderdag gepubliceerd in Le Monde. Op vrijdag verscheen het in deze Nederlandse vertaling op de site van Zaman Vandaag.

De naïviteit van Hizmet

De naïviteit van Hizmet

Fethullah Gülen verklaarde enkele dagen geleden dat hij een vergissing heeft begaan toen hij de Turkse regeringspartij AKP (Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling) tijdens de referendumcampagne van 2010 steunde. Toch geloof ik niet dat het steunen van de grondwetswijziging an sich verkeerd was, maar het lijkt erop dat dit pakket maatregelen de weg heeft geëffend voor het semi-despotisme van de AKP.

Naïviteit van de Gulenbeweging

Zoals ik herhaaldelijk heb onderstreept, heeft de AKP met de Ergenekon-processen haar eerste angst, die voor een militaire staatsgreep, geëlimineerd. En met het referendum van 2010 schakelde ze haar tweede grote angst uit – haar sluiting door het Hooggerechtshof.  Sindsdien voelt de partij zich onbelemmerd om te doen en laten wat ze wil met de democratie en de rechtsstaat. Toch kon niemand dit in 2010 voorspellen omdat Erdoğan zijn ware bedoelingen altijd zeer zorgvuldig verborgen heeft gehouden.

Gülen treft dus geen blaam, maar uit nederigheid bekritiseert hij zichzelf. Toch denk ik dat hij, gezien zijn commitment ten aanzien van democratie, pluralisme en mensenrechten, een zelfde pakket maatregelen als destijds in 2010 zelfs nu zou steunen. Ik denk dat media en veel Hizmet-sympathisanten, onder wie ikzelf, hun grote vergissing met betrekking tot de AKP begingen tijdens de algemene verkiezingen van 2011. Toen steunden zij enthousiast en publiekelijk de AKP die daardoor 50 procent van de stemmen behaalde.

Achteraf is het makkelijk praten

Volgens mij is deze verkiezing, na de Ergenekon-processen en het referendum van 2010, de derde belangrijke factor die bijdroeg aan Erdoğans ‘roes’ en zijn transformatie in een halve despoot. Achteraf is het natuurlijk gemakkelijk praten, maar gezien de omstandigheden waarin de verkiezingen van 2011 plaatsvonden, bleef deze vergissing onopgemerkt. De centrumrechtse partijen hebben zichzelf in de voet geschoten door de kant van de generaals te kiezen tijdens de crisis die ontstond bij de presidentsverkiezingen van 2007 en ik kan me herinneren dat Gülen ontstemd was dat ze Erdoğan in de steek lieten zonder enige levensvatbare alternatieven.

Hij had zelfs voorzien dat Erdoğan op een kwade dag verwend zou raken en stout zou worden bij gebrek aan alternatieven. Bedenk wel dat er tijdens de verkiezingen in 2011 maar drie serieuze kandidaten bestonden: AKP, CHP (Republikeinse Volkspartij) en de MHP (Partij van de Nationalistische Beweging) en dat zowel de CHP als de MHP Ergenekon-verdachten naar voren hadden geschoven als parlementskandidaten. Het was dus niet meer dan logisch dat vrijwilligers en media van Hizmet vreesden voor een terugkeer naar het tijdperk van Ergenekon en staatsgrepen. Bovendien was de AKP de enige grote partij die in 2011 toetreding tot de Europese Unie, democratisering, meer grondrechten, pluralisme en mensenrechten omarmde. Zelfs toen verscheidene collega’s en ik de grote tekortkomingen van de AKP begonnen te zien en de partij begonnen te bekritiseren, wogen deze mankementen niet op tegen de grote verdiensten van de AKP. Tot 2012.

Desalniettemin hadden vrijwilligers en media van Hizmet terughoudender kunnen zijn in hun enthousiasme voor de AKP en in plaats van haar volledig te steunen hadden ze politieke partijen objectiever, evenwichtiger en neutraler tegemoet kunnen treden. Het was een vergissing de tekortkomingen van de AKP over het hoofd te zien – haar gebrekkige enthousiasme voor de EU en democratisering en de corruptiepraktijken waar de oppositie op wees. Had de AKP 45 procent van de stemmen gekregen in plaats van circa 50 procent, dan was de partij weliswaar nog steeds aan de macht gekomen, maar zou de partij niet zo vreselijk verwend zijn geweest.

Naïef geweest? Ja.

Het was een grove fout om Erdoğan niet terecht te wijzen toen hij regelmatig misbruik maakte van illegaal verkregen opnames over het privéleven van oppositieleider Deniz Baykal en verschillende MHP-kandidaten tijdens zijn verkiezingscampagnes. Het was een reusachtige en onvergeeflijke fout om de AKP-corruptie in de zaak Deniz Feneri niet aan de kaak te stellen. Ik schaam me ervoor dat ik zo naïef geloofde wat pro-Erdoğan-columnist Fehmi Koru destijds daarover schreef. Hij deed ons geloven dat dit een buitenlands complot was tegen de AKP, en ik schaam me er nog steeds diep voor.

We geloofden toen de ‘Witte Turken’ en pro-Ergenekon-media niet omdat ze in het verleden onnoemelijk veel verhalen verzonnen om de AKP, gelovige moslims en Hizmet zwart te maken. Mijn collega´s en ik waren zo druk bezig met democratisering en de Ergenekon-processen dat we maar weinig tijd besteedden aan wat de oppositie allemaal te zeggen had over de corruptie van de AKP, haar antidemocratische praktijken en fouten in de KCK- en Ergenekon-processen. Wij allen, inclusief Hizmet, krijgen daar nu de rekening voor gepresenteerd.

Het is mosterd na de maaltijd, maar ik heb er spijt van dat ik niet nieuwsgieriger was, evenwichtiger, meer uitgesproken, minder onpartijdig en minder naïef.

Ihsan_Yilmazİhsan Yılmaz is schrijver, columnist en professor in Politieke en Sociale Wetenschappen aan de Fatih Universiteit in İstanbul.

Foreign Affairs: De islamitische Martin Luther?

Foreign Affairs: De islamitische Martin Luther?

Fethullah Gülen’s pogingen tot islamitische reformatie 

Door Victor Gaetan, 20 februari 2014[divider]

Fethullah Gulen in Amerika

In een video die geplaatst werd op zijn website in december vorig jaar, riep de Turkse islamitische geleerde Fethullah Gülen God om de Turkse premier Recep Tayyip Erdoğan te vervloeken. Gülen, die sinds 1999 in ballingschap leeft in de Verenigde Staten, verklaarde in een preek uitgezonden op de Turkse televisie, “Zij die de dief niet zien, maar degenen achternazitten die proberen om de dief te vangen: moge God brand laten ontstaan in hun huizen, hun huizen ruïneren, hun eenheden breken.” Dit ging veel verder dan de normaal seculiere grenzen van het politieke debat in Turkije.

Maar als we alleen focussen op Gülen’s gebrek aan politieke glans dan missen we een belangrijk punt. Gülen en Erdoğan worden in het Westen beschreven als politieke rivalen, maar er was altijd meer op het spel in hun botsing dan aardse zaken. Terwijl Erdoğan vaak kon genieten van islamistische politieke retoriek, het is Gülen geweest die als een islamitische intellectueel geprobeerd heeft om actief bijdragen te leveren aan en een actieve moderne school van de islam te ontwikkelen, die de religie verzoent met de liberale democratie, wetenschappelijke rationalisme, oecumene, en het vrije ondernemerschap. Ongeacht wie de strijd om de politieke toekomst van Turkije wint, is het essentieel van belang dat de religieuze erfenis van Gülen bewaard wordt.

EGALITAIRE VERLICHTING

Erdoğan heeft herhaaldelijk Gülen en zijn religieuze beweging, die bekend staat als Hizmet (wat zich laat vertalen als Service), afgeschilderd als onderdeel van een politieke samenzwering, noemde het een “parallel staat” verantwoordelijk voor het initiëren van een reeks van corruptie onderzoeken tegen zijn regering. Deze beschuldigingen zijn onmogelijk te onderbouwen. Hizmet heeft geen formele lidmaatschap, geen hoofdkantoor, en geen hiërarchie, die het onmogelijk maakt om te weten of Gülenisten oververtegenwoordigd zijn in de rechtshandhaving en de rechterlijke macht, laat staan ​​het orkestreren van een staatsgreep. Er zijn veel maatschappelijke organisaties in Turkije die expliciet gekoppeld zijn aan Gülen, maar, in overeenstemming met Gülen’s leer, steunen noch weigeren zij een politieke partij.

Gülen’s theologie ging hand in hand met de kapitalistische revolutie van Turkije. Nieuwe ondernemers van het land waren vrome moslims die zich geïnspireerd weten door Gülen’s leer om hun omarming van het vrije ondernemerschap, sterke democratische instellingen, en de dialoog en handel met andere geloven te rechtvaardigen.

Hoewel Gülen er altijd van uitgegaan is dat vrome moslims zich zouden moeten richten op de politiek, heeft hij al heel lang gewaarschuwd tegen het feit dat religie als een instrument wordt gebruikt om politieke macht na te streven.  In die zin heeft Gülen de voetsporen van Said Nursi gevolgd, een grote Turkse geleerde van het soefisme, die een islamitische opleving in de late Ottomaanse periode en onder Atatürk’s republiek heeft geïnspireerd. Nursi’s 6000-pagina tellende commentaar op de Koran, Risale-i Nur (Verhandelingen van het Licht), stelde dat ware geestelijke kennis toegankelijk was voor alle moslims, zonder de begeleiding van een “meester”. Nursi beschouwde het materialisme als een vijand van de islam, maar ook hij pleitte voor het onderwijzen van moderne wetenschap in islamitische scholen.

Gülen heeft dezelfde fundamentele benadering onderschreven. Geboren in het oosten van Turkije in 1941, groeide hij op met het bestuderen van de Koran. Hij begon een moskee en een studiecentrum in de stad Izmir in de jaren 1960 te beheren. Voortbouwend op het concept van Nursi, wilde hij het religieuze geweten of innerlijke discipline versterken, maar Gülen benadrukte verder het belang van de publieke dienstverlening als een manier voor de gelovigen om God te verheerlijken, terwijl de zelfzuchtige impulsen onderdrukt moesten worden.

Deze leerstellingen waren in schril contrast met de politieke uitspraken van islamitische groeperingen, zoals de Moslim Broederschap, die terrein won in het Midden-Oosten in het midden van de twintigste eeuw. Waar de Broederschap het een religieuze verplichting vond om de staat te controleren en de islamitische wet de basis van jurisprudentie te maken, betoogde Gülen dat religie eerder leed onder politisering. Waar de Broederschap voorstelt dat jihad noodzakelijkerwijs een gewapende strijd is, benadrukt Gülen dat jihad een morele en geestelijke strijd is.

In 1970 werd Gülen gearresteerd door een nieuw geïnstalleerde militaire regering en zijn licentie om te preken werd ingetrokken. Maar zijn privégesprekken tegenover kleine groepen – in moskeeën, theaters, cafés en scholen – werden opgenomen en gedistribueerd. Gülen leende zijn groeiende faam aan een reeks van studentenhuizen, of “lichthuizen”, die particuliere voorbereidingscursussen verzorgden voor universitaire toelatingsexamens. In 1979 hebben nauwe vrienden van Gülen een uitgeverij opgericht, zodat hij aan zijn groeiende aantal studenten studiemateriaal kon bieden. Yamanlar College in Izmir, de eerste Gülen geïnspireerde particuliere middelbare school, volgde in 1982. In 1983 had hij brede nationale aanhang.

Vandaag de dag runnen Gülen sympathisanten meer dan 1.500 scholen en universiteiten in 120 landen, waaronder Afghanistan, Oostenrijk, Bosnië, Indonesië, Japan, Mexico, Soedan en de Verenigde Staten.(In Texas alleen beheren Gülen aanhangers 26 openbare privé scholen.) De Gülen beweging biedt talloze beurzen voor de armen om hun onderwijs te kunnen volgen, die meestal de nadruk leggen op wetenschap en wiskunde. Door bij te dragen als vrijwilliger of financierder aan onderwijsnetwerk van de beweging, zijn de supporters ook bezig met een vorm van liefdadigheid.

Zijn inzet voor het onderwijs als de belangrijkste oplossing voor de problemen die de meeste islamitische samenlevingen teistert, is de meest concrete uiting van religieuze leerstellingen van Gülen. Op basis van heilige teksten van de islam – de Koran, Hadith (woorden van de Profeet), en Sira (biografie van de Profeet) – evenals Turkse en Ottomaanse culturele traditie, heeft Gülen een duidelijke vorm van de islamitische theologie ontwikkeld, die maatschappelijke betrokkenheid, niet politiek engagement, in het centrum plaatst.

De Utah-gebaseerde politicoloog Hakan Yavuz, auteur van Toward an Islamic Enlightenment: The Gulen Movement, [Naar een islamitische Verlichting: De Gülen beweging], ziet vier kenmerkende karakteristieken in het project van Gülen. Ten eerste, Gülen benadrukt dat vroomheid van een gelovige kan gemeten worden door zijn concrete daden, in het bijzonder, de mate waarin de persoon de menselijke conditie verbetert. Ten tweede, Gülen stelt dat de islam een oecumenische religie moet zijn. Moslims, gelooft hij, zijn verplicht om een consensus in hun gemeenschappen te zoeken en dienen sociale participatie en dialoog met andere groepen te waarderen. (Gülen beweging heeft een bijzondere nadruk gelegd op de interreligieuze dialoog, vooral met de christenen en joden.)

Ten derde, Gülen leert de onschendbaarheid van individuele rechten. Religieuze betrokkenheid, onderschrijft hij, moet vrijwillig zijn, dat is een reden dat Gülen’s volgelingen meestal aangeduid worden als “vrijwilligers” en hun totale aantallen zijn nooit officieel geteld. Ten slotte, de Gülen beweging onderschrijft kritisch denken als basis voor de kennis die God verheerlijkt, in plaats van als iets dat openbaring tegenspreekt. Wetenschap, leert Gülen, is een middel voor moslims om hun religieuze plicht na te komen om de economische toestand van hun samenleving te verbeteren.

In de mate dat Gülen iets over de politiek te zeggen heeft gehad, is dat de politiek bijna altijd in dienst van de bevordering van de democratie en culturele tolerantie is geweest. Gevraagd door The New York Times over zijn houding ten opzichte van de Turkse regering, antwoordde  Gülen , “Ik heb altijd aan de kant van de rechtsstaat gestaan en ik geloof ook in het belang van het delen van goede ideeën met de bewindvoerders van de staat, die een toekomst voor het land beloven. Dienovereenkomstig, ongeacht wie de leiding heeft, probeer ik respect te betuigen aan die staatslieden, houd een redelijke mate van nabijheid en koester een positieve houding ten opzichte van hen”. Hij heeft ook gewezen op het belang van het behoud van een gezonde burgermaatschappij buiten de controle van de staat om. Privéscholen, particuliere ondernemingen, vrijwilligerswerk – dat waren de instellingen die Turkije nodig heeft als Turkije zijn traditioneel inclusieve cultuur wenst te behouden.

Gülen’s theologie ging hand in hand met de kapitalistische revolutie van Turkije, die werd aangewakkerd door economische deregulering in de jaren ‘80. Nieuwe ondernemers van het land waren vrome moslims die op basis van Gülen’s leer hun omarming van het vrije ondernemerschap, sterke democratische instellingen, en de dialoog en handel met andere religies en etnische groepen te rechtvaardigen. Gülen, op zijn beurt, drong bij deze nieuwe kapitalistische klasse aan om hard te werken en te slagen – niet voor persoonlijk gewin, maar om het geestelijk welzijn van de samenleving te verbeteren. De profeet Mohammed was ook een koopman, herinnerde hij hen.

Gülen heeft laten zien dat hij zal weigeren zich te laten intimideren, maar het is nog steeds een open vraag of zijn beweging niet aflatende campagne van de AKP tegen haar kan weerstaan.

VERSTANDSHUWELIJK

Het mag dan ook geen verrassing zijn dat de Gülen beweging een potentiële bondgenoot zag in Erdoğan’s AKP partij. In 2002, onder de AKP vlag, sprak Erdoğan zich uit ten gunste van een grotere religieuze en economische vrijheden. Net als de AKP, had de Gülen beweging het leger en de oude seculiere economische elite beschreven als belemmeringen voor die vrijheden. Hoewel de Gülenisten nooit een expliciete goedkeuring hebben aangeboden, leek zij enthousiast om samen te werken met de AKP. Nadat Erdoğan had gewonnen, steunde de AKP (evenals de ambtenaren van het ministerie van Justitie van wie gezegd wordt dat ze aangesloten zijn bij de Gülenisten) een reeks rechtszaken waardoor honderden militairen en zakenlieden in de gevangenis belandden. (Hoewel er vele gebreken in de methoden van de rechtszaken waren, lag de schuld voornamelijk op de schouders van de AKP, die als enige bevoegd was om de zaken te leiden.)

Maar de alliantie duurde niet lang. De AKP en de Gülenisten hebben fundamenteel verschillende opvattingen over de Turkse identiteit en hoe die zich verhoudt tot de islam. De AKP heeft haar wortels in de ideologie van de ‘Nationale Visie van Turkije’, die oorspronkelijk werd voorgestaan door voormalige Turkse premier Necmettin Erbakan in zijn manifest Milli Görüs (Nationale Visie), gepubliceerd in 1969. Erbakan stelde dat Turkije zich van het Westen weg moest draaien en een politieke, economische en militaire unie smeden met moslimlanden. Volgens deze opvatting geniet de nationale kracht, vooral uitgedrukt in conflict met het Westen, een grotere prioriteit dan gezonde democratische instellingen. Erbakan is nog steeds een duidelijke bron van inspiratie voor de AKP in het algemeen en voor Erdoğan in het bijzonder. Toen Erbakan overleed in 2011, onderbrak Erdoğan een reis naar Europa om zich te haasten voor zijn begrafenis , bijgewoond door honderdduizenden in Istanbul. Duitslands meest invloedrijke Turkse islamitische organisatie is een Milli Görüs gemeenschap die Erdoğan heeft aangemoedigd om westerse assimilatie te weerstaan, in overeenstemming met de leer van Erbakan.

Voorspelbaar als het is, botsten Hizmet en de AKP met elkaar over oorlogszuchtige buitenlandse politiek en ondemocratische binnenlandse manoeuvres van Erdoğan. Toen een Turkse NGO had geprobeerd om Israëlische blokkade van Gaza te doorbreken en geconfronteerd werd door de Israëlische marine (resulterend in negen doden), reageerde Erdoğan door Israël te beschuldigen van terrorisme en genocide. Gülen reageerde op Erdoğan’s strijdlust, door deze niet “vruchtbaar” te noemen, en voegde eraan toe dat hij Israël om toestemming had moeten vragen voor zijn goede doelen als hij de bevolking van Gaza wil helpen.

Een ander punt van geschil was Turkije’s relatie met de Europese Unie geweest. Als een sterke voorstander van nauwere banden met Europa, werd de Gülen beweging gefrustreerd door Erdoğan’s terughoudendheid om meer serieuze toetredingsonderhandelingen met de EU te voeren. Het door Erdoğan gevoerde beleid, zoals de wetgeving die toegang tot internet beperkt en het verminderen van de onafhankelijkheid van de openbare aanklagers, die lijken bedoeld om EU-functionarissen tegen te werken. Gülenisten zijn ook bezorgd over de steun van Erdoğan aan de Egyptische Moslim Broederschap.

Vrijheid van meningsuiting is altijd een punt van kritiek geweest voor de Gülen beweging, zo heeft zij zich ook uitgesproken tegen Erdoğan’s vervolging van journalisten en zijn bredere minachting voor democratische dialoog. Volgens het ‘Committee to Protect Journalists’ heeft Turkije meer journalisten opgesloten in de afgelopen twee jaar dan enig ander land in de wereld. (Iran en China volgen Turkije op de hielen.) Gülen sympathisant Alp Aslandogan, voorzitter van de New York-gebaseerde Alliantie voor gedeelde waarden, een non-profit koepelorganisatie voor de bij Hizmet aangesloten groepen, vertelde over de “intimidatie, inspecties en boetes” waarmee de uitgevers nu geconfronteerd worden. “Media groep eigenaren krijgen te maken met bedreigingen voor hun bedrijven. Nooit heeft in de Turkse geschiedenis een enkele persoon of partij een dergelijk niveau van mediaonderdanigheid bereikt”.

De reactie van Erdoğan op de Gezi Park protesten van afgelopen zomer moet bijzonder problematisch zijn geweest voor de Gülenisten. In zekere zin was, de diverse groep van demonstranten, die oorspronkelijk verzameld zijn om tegen de sloop van een park in Istanbul te demonstreren, het soort model dat zich bezighoudt met pluralistische maatschappelijke organisaties hetgeen door Gülenisten gepropageerd wordt. Erdoğan had besloten om de politie te gelasten de protesten met geweld te verjagen, wat resulteerde in dagen van gewelddadige confrontatie. Gülen legde de schuld bij Erdoğan voor het niet bij voorbaat luisteren naar de eisen van de demonstranten. Dat lijkt Erdoğan te hebben overtuigd om direct de oorlog te verklaren aan de Gülen beweging. In september kondigde Erdoğan aan dat de regering van plan was om alle particuliere scholen die de studenten helpen bij het voorbereiden op universitaire examens te sluiten: de Gülen beweging runt ongeveer 20 procent van deze scholen in Turkije en zij vertegenwoordigen een belangrijke bron van inkomsten, maar ook een van de belangrijkste manieren waarop Gülen’s ideeën aan het publiek worden geïntroduceerd.

Erdoğan en de AKP hebben zich voorgenomen om de beweging van Gülen af te schilderen als een op macht beluste samenzwering. Maar er is weinig bewijs voor een onderliggende drang naar macht van de Gülenisten. De beweging is trouw gebleven aan haar leringen door enorme financiële middelen en aandacht voor lopende scholen, liefdadigheidsorganisaties, en mediaorganisaties, in Turkije en in het buitenland te besteden. Gülenisten hebben geen gezamenlijke druk uitgeoefend om de AKP te infiltreren of een zetel in het parlement voor hun eigen leden te bemachtigen. Gülenisten hebben regelmatig de corruptie van de AKP aan de kaak gesteld als een schending van de islamitische ethiek en Hizmet principes. Er is geen reden om aan te nemen dat deze kritiek tegen de nominale waarde is.

Gülen heeft laten zien dat hij zal weigeren zich te laten intimideren, maar het is nog steeds een open vraag of zijn beweging de niet aflatende campagne van de AKP tegen haar kan weerstaan. Erdoğan is duidelijk van plan om de Gülen beweging te marginaliseren, zelfs ten koste van de rechtsstaat in Turkije. Deze week heeft president Abdullah Gul een wet ondertekend die de overheid toestaat om, zonder een gerechtelijk bevel, de toegang tot een website te blokkeren. Vorige week nam het parlement een wetsvoorstel aan, waardoor de uitvoerende macht de volledige controle over de rechterlijke macht krijgt en de regering het recht geeft om willekeurig de openbare aanklagers te benoemen en te ontslaan.

Turkije zou duidelijk worden geschaad indien Gülen’s leringen over tolerantie en individuele rechten met succes zouden worden verlaten. Maar het verlies voor de islamitische cultuur zou een nog grotere tragedie zijn.

Verschenen in Foreign Affairs

Gulenbeweging is niet gericht op vorming van parallelle samenleving!

21 februari 2009

Geschreven door Alaattin Erdal

Gulenbeweging is niet gericht op vorming van parallelle samenleving, ze hebben zelfs een Nederlandstalige krant” 

Op 6 februari jl. berichtte Trouw uitgebreid over een onderzoek naar enkele Turks-Nederlandse instellingen, waaronder internaten. Het onderzoek werd aangekondigd door de minister voor Integratie, overeenkomstig de wensen van verschillende fracties in de Tweede Kamer. De commissievergadering waarin een en ander aan de orde kwam, was mede te danken aan schriftelijke vragen die de Tweede Kamer eerder stelde over de zogenaamde ‘Gülen-beweging’.

Fethullah Gülen is een Turkse intellectueel, voormalig predikant, die al meer dan 50 jaar denkt, schrijft en spreekt over allerlei maatschappelijke vraagstukken. Gülen heeft meer dan 50 boeken op zijn naam staan en is een gezaghebbende persoonlijkheid, zowel binnen als buiten Turkije.

Maar hij heeft ook critici. En volgens sommigen van hen behoren ook allerlei Turks-Nederlandse instellingen die actief zijn op tal van gebieden, variërend van economie, onderwijs, dialoog, debat en media tot Gülens ‘beweging’. Zij zouden een dubbele agenda hebben en er zelfs op uit zijn om Nederland op termijn te islamiseren!

Gülen’s bijdrage aan dialoog

door prof. Greg Barton, Monash University, Australië (samenvatting)



Gülen’s bijdrage aan dialoog

Er zijn veel manieren om Gülen’s filosofie en zijn sociaal activisme te beschrijven. Hij is, vooral en in de eerste plaats, een Alim: een traditionele islamitische geleerde met een diepe kennis van de Koran, de Soennah, de islamitische rechtsleer en islamitische geschiedenis. Hij is ook een Soefi, hoewel hij niet tot een bepaalde tarikah, soefi-broederschap, behoort.Gülen heeft een brede sociale beweging geïnspireerd door zich op grote schaal in te zetten voor praktische en religieuze filantropie. Deze religieuze filantropie kan eenvoudig begrepen worden aan de hand van de drie kernthema’s of elementen, waar alles draait om: een diep verlangen naar dialoog, liefde voor het leren en passie voor dienstbaarheid.
Gülen’s diepe interesse voor dialoog komt naar voren in zijn werken en zijn persoonlijk activisme. Zo had Gülen, na zijn eerdere ontmoetingen met veel verschillende oudere religieuze leiders in Turkije en de omliggende landen, in februari 1998 een ontmoeting met Paus Johannes Paulus II. De stichting voor Journalisten en Schrijvers (JWF), opgericht in 1994, is een groep die zich van alle groeperingen van de Gülenbeweging het meest openlijk oriënteert op opendialoog. Naast de journalistieke verslaggeving en analyse ter ondersteuning van strategische, publieke, intellectuele initiatieven voor het bevorderen van dialoog, doet deze zeer invloedrijke NGO aan belangrijke activiteiten als het leiden van een jaarlijks zomerdialoogforum op hoog niveau. Dit forum staat bekend als het Abantplatform (vernoemd naar de plaats aan het meer, waar de jaarlijkse bijeenkomsten worden gehouden) en heeft als doel het met de politieke en cultureke elite bespreken van urgente vraagstukken van nationaal belang.

Elk Abantplatform brengt een Abantverklaring voort waarin de besproken onderwerpen opgesomd worden. Het eerste Abantplatform werd gehouden in juli 1998 met als thema Islam en Secularisme. Latere Abantplatformen die religie- en staatgerelateerde thema’s hebben behandeld, zijn: Relaties (juli 1999), Islam en Democratie (juli 2000) en Pluralisme (juli 2001). In april 2004 hield het JWF het Abantplatform in de Verenigde Staten. Het werd een succesvolle forumbijeenkomst aan de Johns Hopkins University in Washington DC rond het thema Islam en Democratie. Vervolgens organiseerde het Abantplatform ook een bijeenkomst in Europa en is er een planning gemaakt voor een reeks internationale bijeenkomsten.

“In haar sponsoring en ondersteuning van interreligieuze en interburgerlijke dialoog, heeft de Gülenbeweging het doel om invloed van de meer gewelddadige fundamentalistische groeperingen in de moderne islam tegen te gaan en de stelling van Huntington’s ‘Strijd tussen beschavingen’ te ondermijnen.”

Bill Park, The Fethullah Gülen Movement as a Transnational Phenomenon

Globaal Dialoog

De Gülenbeweging heeft sinds 1983 meer dan vijfonderd scholen opgericht in Turkije, door heel Azië, Afrika en het westelijk halfrond. De scholen zijn allen seculier en velen ervan gehuisvest in gebieden waar binnen de gemeenschappen zowel moslim als niet-moslim leven. Deze groepen moeten het sociaaleconomisch ontberen en de initiatieven moeten gezien worden als een oefening in praktische dialoog. Een commercieel succesvolle en invloedrijke krant Zaman met een wereldwijd netwerk en
het televisiekanaal Samanyolu TV met focus op objectieve, professionele journalistiek, gezond, maar niet openlijk religieus entertainment en onderwijs, kunnen ook gezien worden als oefeningen in dialoog. Het equivalent ervan is in de christelijke publicaties misschien wel de verrassend professionele Christian Science Monitor.

“Gülen verwerpt tegenstrijdige houdingen, vooroordelen en halve waarheden en begrijpt volledig de groeiende onderlinge afhankelijkheden van vandaag. Het oprichten en in dialoog treden zou gebaseerd moeten zijn op de gemeenschappelijke raakvlakken en op het vermijden van de verdeeldheid.”

Irina Vainovski-Mihai, Giving Precedence to Common Points: The Limits of the Otherness in Fethullah Gülen ’s Dialogic Methodology for Interfaith Encounters

Het tweede element in Gülen’s denken en in het sociaal activisme van de Gülenbeweging is de liefde voor leren. Dit element kan eenvoudig worden waargenomen op de hierboven genoemde scholen.
Een aantal vooraanstaande seculiere hogescholen en een half dozijn universiteiten, zoals de Fatih Universiteit in Istanbul en Ankara vormen een waardevolle aanvulling op deze scholen. Veel van deze scholen zijn bewust gevestigd in één van de kwetsbaarste en meest arme delen van de stad. Zij staan over het algemeen in hoog aanzien en ze bereiken een hoog academisch niveau van de scholastieke prestatie in de buurten, districten en bij bevolkingslagen die doorgaans niet gewend zijn aan excellent onderwijs. Wat hen zo opmerkelijk maakt binnen de islamitische wereld is hun betrokkenheid bij het seculiere, moderne leren dat openstaat voor alle studenten vanuit verschillende achtergronden. De scholen, ongeacht het land waarin zij opereren en de wetgeving met betrekking tot godsdienstonderwijs, hebben consequent een seculier curriculum. In dit en in vele andere opzichten zijn ze vergelijkbaar met de moderne Anglicaanse, Presbyteriaanse, methodisten of katholieke scholen. Van de krant ZamanSamanyolu TV en vele boeken en tijdschriften gepubliceerd door de uitgevers van de Gülenbeweging, zoals Isik Publishing, kan ook worden gezegd dat zij zich bezighouden met het onderwijs in de ruimste zin van het woord, op bijna dezelfde wijze als Amerikaanse populaire Readers Digest Magazine.

De Gülenbeweging spreekt over zichzelf als de Gülen hizmet en haar leden houden zich bezig met hizmet. De vertaling van het Turkse woord hizmet is ‘dienstbaar’ en wordt op bijna dezelfde manier gebruikt waarop de actieve christenen hun religieuze activisme en filantropie beschrijven. Enkele instellingen die verbonden zijn aan de Gülenbeweging, zoals de krant Zaman en Samanyolu TV zijn commercieel zo succesvol dat ze in staat zijn om zich naast de regulier zakelijke varianten in stand weten te houden. Maar vele andere aspecten van het werk van de beweging, zoals The Fountain Magazine, moeten in ieder geval deels een beroep doen op de bijdragen van vrijwilligers. Vooral de scholen zijn het product van vrijwillige activiteiten. De oorsprong van het kapitaal voor het opzetten van een nieuwe school, vaak in een afgelegen deel van Afrika of Azië, wordt voornamelijk gegenereerd door de filantropie van een gemeenschap als de Gülenbeweging, die bijeenkomsten organiseert voor zakenmensen in bepaalde steden of wijken. Het idee is dat de scholen uiteindelijk zelfvoorzienend zullen zijn, maar voordat dit mogelijk is, roepen zij leraren op om de comfort van Istanbul, Izmir en Ankara achter zich te laten en af te reizen naar landen als Kazachstan, Nigeria of Cambodja en daar op verschillende manieren dienstbaar te zijn als ‘seculiere docenten’. Meer dan wat ook is een voorbeeld vanhizmet, of dienstbaarheid, ten behoeve van de beweging.
Er valt veel meer te vertellen over Fethullah Gülen en de filantropische beweging die hij heeft geïnspireerd. En er zijn meerdere elementen naast een diep verlangen naar dialoog,liefde voor het leren en passie voor dienstbaarheid. Maar deze drie elementen – dialoog, leren en dienstbaarheid – geven de kern weer van de passies van Gülen en ze verklaren (bovendien) waarom het zo gepast is om het nieuwe ACU voorzitterschap voor de studie van de islam en van de betrekkingen tussen moslims en katholieken het Fethullah Gülen voorzitterschap te noemen.
Ondanks het feit dat christenen en moslims op zoek zijn naar bevordering van dialoog, meer begrip en het opbouwen van een relatie, leven wij zowel in de slechtste als in de beste tijden. We leven zeker in de meest interessantste tijden – in uitdagende tijden. Maar we moeten vanavond hoop houden. Deze nieuwe eeuw belooft zo veel meer in het bereiken van de islamitisch-christelijke relaties en in de wetenschappelijke kennis van de islam en de islamitische samenleving dan wat er de vorige eeuw bereikt is. De lancering van de voorzitterschap op deze universiteit vertegenwoordigt, naar mijn mening, iets heel goeds en iets van grote betekenis, dat veel verder reikt dan een instelling of een afspraak. Dit is – inshAllah, als God het wil – het begin van iets groots.

Gülen: Dialoog is Noodzakelijk

Fethullah Gülen is een buitengewone moslimleider die op het wereldtoneel interreligieuze dialoog bevordert. De beweging die geïnspireerd is door zijn ideeën en adviezen is de voornaamste pleitbezorger van dialoog van de hedendaagse wereld. Fethullah Gülen komt bij de kern van zijn boodschap: “Interreligieuze dialoog is vandaag noodzakelijk en de eerste stap hiertoe is het vergeten van het verleden, het negeren van polemische argumenten en het richten op de gemeenschappelijke punten, welke het polemische ver overtreffen.”
Gülen stelt ook dat de Koran er bij moslims op aandringt aanhangers van andere religies en van de voormalige profeten en hun geschriften te accepteren. Daarmee geeft hij aan dat de houding ten aanzien van een dialoog niet alleen ingegeven is door de moderniteit, maar ook door de bron van de islam.
Gebaseerd op de idee dat de islam in de kern een open en tolerante religie is, pleit Gülen voor acceptatie van en dialoog met de niet-islamitische gemeenschap. Om zijn notie van tolerantie te bepleiten ontmoette hij belangrijke christelijke en joodse religieuze leiders zoals Paus Johannes Paulus II (in 1998), de Grieks Oecumenische Patriarch Bartholomeos (in 1996), Sefardisch opperrabbijn van Israël Eliyahu Bakshi Doron (in 1999) en andere religieuze leiders van Turkije bij vele gelegenheden ter bevordering van interreligieuze dialoog.
Lang voor het Tweede Vaticaanse Concilie, pleitte Bediuzzaman Said Nursi (1876-1960), één van de meest invloedrijke moslimdenkers van de 20e eeuw, al voor een dialoog tussen
moslims en christenen. De vroegste vermelding van Said Nursi met betrekking tot deze noodzaak tot een dialoog dateert uit 1911, meer danvijftig jaar voor het  Raadsdocument, Nostra Aetate.

Welke motivatie raadt Fethullah Gülen aan hen die zijn weg van dialoog en liefdadigheid wensen te volgen?

In zijn essaybundel getiteld Op weg naar een globale beschaving van liefde en tolerantie, sluit hij het essay Liefde voor de mensheid af met de volgende vermaning: “Omdat we allen de organen van hetzelfde lichaam zijn, moeten we ophouden met dualiteit die onze eenheid schendt. We moeten de weg vrijmaken om mensen te verenigen; dit is één van de beste manieren waarop God mensen succesvol maakt in deze wereld en waarop Hij deze wereld in een paradijs verandert. Op deze manier zullen de deuren van de Hemel zich breed openen om ons een warm welkom te geven. Daarom zouden we alle ideeën en gevoelens die ons uiteen drijven moeten afschaffen en elkaar omarmen. Degenen die diepe liefde voelen moeten elkaar omhelzen. God heeft de gehele mensheid bereikt met een dialoog en ons antwoord begint met liefde voor God en liefde voor elkaar.”

In Parels van Wijsheid schrijft Gülen over liefde: “Liefde is de snelste en veiligste manier naar menselijke perfectie.”
Een van de uitgangspunten voor dialoog die Gülen voorstelt is de uitdaging aan zijn medemoslims om nederig te zijn en hun hand te reiken naar anderen in navolging van de Schepper die iedereen op alle mogelijke manieren de hand reikt: “Beoordeel jouw waarde in de Ogen van de Schepper door de hoeveelheid ruimte die Hij inneemt in je hart en jouw waarde in de ogen van mensen door de manier waarop je hen behandelt. Vergeet de Waarheid niet, zelfs niet voor even. En wees dan toch ”een man of vrouw zoals andere mannen en vrouwen.”

Voor Gülen is “wat mensen gemeen hebben veel groter dan wat hen verdeelt en hen uiteen verdrijft”. Zijn benadering is holistisch: innerlijke harmonie en vrede van de mensheid “treedt alleen op wanneer materiële en spirituele gebieden met elkaar zijn verzoend”.
Bovendien is volgens Gülen juist temidden van wijdverbreid ongeloof (of verlies van het religieus gevoel) de dialoog tussen moslims en christenen onontbeerlijk. “Ook al hebben we wellicht niet dezelfde gemeenschappelijke basis in bepaalde zaken, we leven allemaal op deze wereld en zijn passagiers op hetzelfde schip. In dit opzicht zijn er veel gemeenschappelijke punten die kunnen worden besproken en gedeeld met mensen uit elk segment van de samenleving”.

Gülen stelt dat terugkerende dialoog essentieel is. Om die reden pionierde hij met de oprichting van de Stichting van Journalisten en Schrijvers, waarvan de activiteiten dialoog en wederzijds respect voor alle lagen van de maatschappij bevorderen en die verwelkomd worden door mensen van bijna alle rangen en standen. Om dezelfde reden bezoekt en ontvangt Gülen leiders uit niet alleen Turkije, maar alle delen van de wereld. Onder de mensen die hij vaak ontmoet bevinden zich de ambassadeur van het Vaticaan in Turkije, de Patriarchen van de Turkse Orthodoxe en de Turkse Armeense gemeenschap, de opperrabbijn van de Turkse Joodse gemeenschap, evenals invloedrijke opiniemakers zoals als journalisten, columnisten, tv- en filmsterren, denkers en schrijvers met uiteenlopende opvattingen.
Gülen verdedigt interreligieuze dialoog als een uiting van een door God geïnspireerde liefde in de theologische kernwaarheid dat alle volkeren van het Boek – joden, christenen en moslims in het bijzonder – het geloof delen in God als Schepper. De handeling van de Schepping is niet die van een willekeurige gril, maar van bewuste liefde van de Schepper voor het schepsel. Zoals Gülen aangeeft: “Liefde is de reden en essentie van het bestaan en het is de sterkste band die alle schepselen met elkaar verbindt. Alles in het universum is door de Hand van God geschapen”. Liefde uit zich in concrete daden en op het niveau van de intergemeenschappelijke en interreligieuze relaties komt liefde tot uiting in de belofte van dialoog: “Dialoog als echte remedie tegen terreur, chao, en intolerantie.”

Fethullah Gülen over Interreligieus Dialoog en islamitische inter-gelovige relaties

Door Douglas Pratt, Universiteit van Woikato, Nieuw-Zeeland • UNESCO voorzitterschap voor interculturele en interreligieuze relaties – Asia Pacific• 27 oktober 2007

Fethullah Gülen heeft helemaal gelijk met zijn opmerking dat het verlangen naar wederzijds begrip, toewijding aan rechtvaardigheid en prioriteit op wederzijds respect noodzakelijke vereiste principes zijn voor de uitoefening van interreligieuze dialoog. Gülen is van mening dat in de hedendaagse wereld de taak van “hen die met het geloof de werkelijke waarden heeft meegekregen een nog groter belang heeft verdiend dan voorheen”. Hij ziet interreligieuze praktijken dan ook als functie van de “noodzaak van het verhogen van de belangen die we gemeen hebben met andere mensen”. Hij en de beweging willen zijn leerstellingen en visies binnen de islamitische wereld, en daarbuiten, bevorderen en zijn daarbij toegewijd aan interreligieuze praktijken en dialoog.

In het licht van mijn algemene analyse van de paradigma’s en de dynamiek die betrekking heeft op de islamitische interreligieuze relaties, wat zou het paradigmatische perspectief en verwachtingen kunnen zijn die is ingebed in het denken van Fethullah Gülen?

Lester Kurtz spreekt over vier pijlers voor dialoog – liefde, mededogen, verdraagzaamheid en vergeving – als een beschrijving van Gülen’s begrip. Hij merkt op dat voor Gülen spiritualiteit in de praktijk en moraal belangrijker zijn dan ritueel en dogmatisme. Sterker nog, het is dit perspectief “dat een weg opent voor dialoog met andere geloofstradities” van moslims.
Mijn eigen lezing over Gülen breidt deze drievoudige analyse uit. Ik wil daarbij suggereren dat, volgens Gülen, wij zeven van dergelijke elementen kunnen ontlenen aan een mogelijke hedendaags islamitisch paradigma voor interreligieuze relaties en dialoog.

De beweging wijst geen interne of externe zondebokken aan om zich met agressieve energieën naar zichzelf of een groep te richten, waardoor er geen destructieve processen worden geactiveerd. ”

Muhammed Cetin, The Gülen Movement: Its Nature and Identity

1. Onderscheid van Waarden: primair en secundair

Ongetwijfeld is liefde voor Gülen een primair woord in de woordenschat voor dialoog. Liefde is als zaadje in iedereen aanwezig. Dit zaadje ontkiemt onder gunstige omstandigheden en groeit als een boom. Vervolgens zullen de bloesems bloeien en ten slotte rijpt het als een vrucht, om begin en einde te verenigen. Het is duidelijk dat voor Gülen de primaire waarden als ‘vrede, liefde, vergeving en tolerantie fundamenteel zijn voor islam’. Waar waarden als djihad worden beschouwd als een secundaire kwestie. Het behoud van deze categorieën in primaire en secundaire waarde zet alles in het juiste perspectief. Vandaar de aversie van Gülen tegen, “niet in staat zijn om een goede balans vast te stellen tussen wat primair en wat secundair is wat van cruciaal belang is voor anderen om tot de conclusie te komen dat de islam niet pleit voor kwaadaardigheid en haat in de ziel maar dat een ware moslim vol liefde is en genegenheid heeft voor alle schepselen”.

2. Intentionaliteit: een principieel perspectief

Intentionaliteit is ook een belangrijk element van het islamitische gedachtegoed en
een sleutel tot Gülens perspectief: “In elke ondernomen taak, moet er een bepaald doel gediend worden, wat men in alle oprechtheid wil dienen. Verstand en een goed beoordelingsvermogen moeten de boventoon boeren”. Gülen merkt op dat de “Profeet van
God zei: ‘Daden worden beoordeeld op basis van intenties’. Hij benadrukte ook dat de intentie van de gelovige belangrijker is dan de daad zelf. Aangezien de Koran mensen oproept tot het volk van de voormalige profeten en hun Boeken te accepteren. Met dergelijke condities vanaf het allereerste begin in de Koran, geeft het belang weer als het gaat om het initiëren van een dialoog met de aanhangers van andere religies”.

3 Tolerantie: Een inherent element

Gülen stelt: “De samenleving moet tolerantie in ere houden. Als we al een djihad moeten
aankondigen, zouden we dat voor tolerantie moeten doen”.  Indien men tolerantie goed begrepen heeft, is het inherent aan dialoog evenals “in opdracht tolerantie te nemen en dialoog als basis te gebruiken tijdens het uitvoeren van zijn taken “. Mohammed werd geleid in de richting van gemeenschappelijke punten van de mensen van het Boek (de joden en de christenen), zoals de heilige Koran (Al-lmran 3:64) hiervan getuigt: “Oh mensen van het Boek! Komt bij elkaar met dat wat wij en u gemeenschappelijk hebben. We aanbidden niemand anders dan God. We kennen Hem geen partners toe en we nemen niemand uit ons midden als Heer aan, behalve God “.

In de gehele Koran komt tolerantie, samen met vergeving, voor als opgelegde deugd. En wel zodanig dat het in de context van vandaag samenkomt. Gülen is hierover zeer duidelijk: moslims moeten ” zich gedragen met tolerantie en verdraagzaamheid” in de interreligieuze arena. In zijn kritiek naar bepaalde islamitische groeperingen beweert hij: “de methode van het bejegenen van anderen met vijandschap, woede en haat, en anderen zwart maken als ongelovigen, is een niet-islamitische methode. De islam is namelijk een religie van liefde en verdraagzaamheid “. Toch is Gülen over het algemeen positief:” We zijn tolerantie aan het herontdekken, iets dat inherent is aan de essentie van islam en iets dat ons werd uitgelegd in de Koran en door de Profeet Mohammed “.

Natuurlijk is tolerantie niet hetzelfde als een houding van ‘passief toekijken naar zaken’ waarmee we liever niets te maken willen hebben.Dit is vaak het perspectief dat we terug vinden in onze samenleving – iets wat beter de naam ‘gelaten tolerantie’ kan dragen. De tolerantie waar Gülen op zinspeelt is een veel meer actieve en bewuste, doordat het te maken heeft met een onderliggend doel van dialoog in de praktijk ter bevordering van die vrede en harmonie waar de Koran naar verwijst en waarvan de islam stelt: ” Vrede is beter” (Al-Nisa 4:1 28). Gülen stelt: ” Moslims zullen niets verliezen door het gebruik van dialoog, liefde en tolerantie, ” en dat er vele verzen in de Koran zijn die deze deugden uitbundig prijzen.
” De werken en de beweging van Fethullah Gülen zijn gericht op het verminderen van raciale en ideologische spanningen en strijd die zich in deze snel globaliserende wereld op zowel praktische als op theoretische niveaus manifesteert. ”

Wanda Krause, Civility in Islamic Activism : Towards a Better understanding of Shared Values of Civil Society Development

4. Dialoog: Een expressie van een Goddelijk geïnspireerde Liefde

Fethullah Gülen ziet interreligieuze dialoog als een uitdrukking van aantoonbaar Goddelijk geïnspireerde liefde. De primaire theologische waarheid van het geloof voor alle volkeren van het boek van het geloof is God als Schepper die hen met elkaar verbindt. De volkeren van het boek zijn de joden, christenen en de moslims. De handeling van de schepping is er niet één van een willekeurige gril, maar van bewuste Liefde van de Schepper voor het schepsel. Zoals Gülen zegt: ” Liefde is de reden en de essentie van het bestaan en het is de sterkste band die alle schepselen verbindt. Alles in het universum is de Hand van God”.

Liefde uit zich in het praktisch handelen bij problemen. Op het niveau van intercommunale en interreligieuze relaties geldt liefde als een voorwaarde voor dialoog in de praktijk.”Dialoog is de echte remedie voor terreur, chaos, en intolerantie “. Gülen zelf is beknopt en direct: “Degenen die zich proberen in te zetten voor een gelukkige wereld in de toekomst, gebouwd op spirituele en morele waarden, moeten eerst aankomen bij het
het altaar van het geloof, dan opstijgen naar de preekstoel van de liefde, en alleen dan mogen ze hun boodschap van geloof en liefde voor anderen prediken”.
Tolerantie en liefde zijn niet alleen maar menselijke deugden, maar in werkelijkheid indicatoren van primaire waarden waarvan de creatie doordrongen is door de Schepper en een essentiële eenheid van het menselijke bestaan onderstreept dat zelf dialoog suggereert als juiste en gepaste wijze voor interactie. 

”Fethullah Gülen is de islamitische stem voor geweldloosheid bij conflicten.

Steve Wright, The Work of Fethullah Gülen & The Role of Non-Violence in a Time of Terror

” Hoewel we misschien op een aantal zaken niet dezelfde basis hebben,” zegt
Gülen, ” leven we toch allemaal in deze wereld en zijn we passagiers op hetzelfde schip. In dit opzicht zijn er veel gemeenschappelijke punten die besproken en gedeeld kunnen worden met mensen uit alle segmenten van de samenleving”.

5. Verzoening: de essentie van religie

Godsdienst als kracht voor verzoening is een motief dat zeer sterk leeft bij Fethullah Gülen. Liefde, mededogen, tolerantie en vergevingsgezindheid zijn in het hart van elke religie. Het is
dus de aard van religie om waarden en deugden te bevorderen die tot verzoening leiden. In het bijzonder bij de islam waar de Koran verzoening beveelt in een bredere religieuze context van de volkeren van het Boek, een standpunt dat Gülen rechtstreeks uit Soera al-Baqara haalt. Allah gebiedt tegen het betwisten van een ander, in plaats daarvan wordt er interactie aangemoedigd voor debat en dialoog. Gülen stelt vast dat er vooral “veel gemeenschappelijke punten zijn voor dialoog onder de vrome moslims, christenen, en joden”. De noodzaak voor dialoog is dan ook sterk, en moet worden gevoerd in een context van het geven van voorrang aan gemeenschappelijke punten, die veel talrijker zijn dan de verschillen”.

6. Ijtihad: de strijd om dialoog

Het laatste element in een mogelijk islamitisch paradigma voor interreligieuze dialoog enrelaties en heeft te maken met het begrip van ijtihad in de betekenis van een ‘juiste
intellectuele en geestelijke strijd’. Ihsan Yilmaz stelt dat Gülen van mening is dat er behoefte is aan ijtihad in onze tijd. Hij zegt dat hij de geleerden uit het verleden respecteert, maar is tevens van mening dat ijtihad noodzakelijk is: het bevriezen van ijtihad betekent het bevriezen en vangen van de islam in een bepaalde tijd en ruimte. Hij stelt dat de islam een dynamische en universele religie is die elke tijd en ruimte dekt en zichzelf vernieuwt in situaties van het werkelijke leven; het wijzigt afhankelijk van de context en ijtihad is een krachtig instrument daarvoor.
De worsteling om een gelovig leven te leiden, om het pad te volgen naar een vreedzame overgave aan God, leidde Fethullah Gülen naar belangrijke arena’s voor sociale en educatieve daden waarvan inter-gelovige dialoog en interreligieuze relaties niet de minsten zijn. De agenda van de

Gülen-beweging is gevuld met dergelijke dialogen omdat volgens Gülen de worsteling van een goede en ware moslim aansluit bij de taak zich bezig te houden met de religieuze buurman. Dit staat in schril contrast met de vorm van ijtihad uit hoeken van de islamitische wereld waarin gepleit wordt voor jihad tegen de andere religies.
Lester Kurtz spreekt bijvoorbeeld van Gülen’s “paradoxale combinatie van intense geloofsverbintenis met tolerantie “, dat resulteert “in een paradigma van islamitische dialoog “. De essentie van Gülen’s paradigma is echter niets minder dan de toepassing van de ijtihad op de vraag en de uitdaging voor islamitische interreligieuze relaties. Vandaar dat,” tolerantie naar anderen en oprechte interreligieuze dialoog niet eenvoudig zijn en een aangenaam ideaal dat zal worden vervuld in het toekomstige paradijs, maar de kern vormen van het moslim-zijn in het hier en nu “. Gülen stelt dat dialoog wordt geëist juist door de aard van religie als zodanig.

Conclusie

Fethullah Gülen “blijft theologie voor dialoog in praktijk brengen, aangezien hij van mening is dat zijn leerstellingen goed verankerd zijn in de principes van islam”. Een aantal representatieve werken van Gülen brengen elementen voort voor een paradigmatisch perspectief dat nieuwe mogelijkheden biedt voor de interpretaties van moslims en gevoeligheden met betrekking tot interreligieuze relaties en dialoog. Wanneer deze waarden, patronen en perspectieven voor dialoog niet zijn ingevoerd is, de uitkomst verschrikkelijk. Gülen verklaart dat “Het huidige, vertekende beeld van islam het gevolg is van misbruik door zowel moslims als niet-moslims voor hun eigen doelstellingen dat zowel moslims als niet-moslims afschrikt” . In werkelijkheid ligt de oproep tot dialoog in het hart van islam. Ook vrede ligt in hetzelfde hart; “Afwijkingen als oorlog en conflicten moeten onder controle gebracht worden” door het verlangen naar veiligheid en wereldwijde harmonie als onderliggende goddelijk gewenste doel.Men moet niet vergeten dat er voor elke op geloof gebaseerde beweging een dialectische spanning bestaat als gevolg van de continue band met de oprichter. Aan de ene kant staat het altijd open voor kritiek op het niet volledig kunnen nakomen van eisen, verwachtingen of normen van de oprichter. Aan de andere kant moet het nooit gebonden blijven door de onvermijdelijke beperkingen die een menselijke oprichter met zich mee brengt.
Een belangrijk stimulans voor Gülen om de visie van empathisch aanvaarding en respect te omarmen, is zijn visie van de inherente waarde van de mens. Gülen gebruikt krachtige boodschappen, waarin hij menselijke relaties baseert op de notie dat elk mens een kunstwerk is, gemaakt door de erbarmelijke God, die daarin Zijn compassie reflecteert. Hij benadrukt liefde als de reden van het bestaan van het universum. “

David Capes, Tolerance in the Theology and Thought of AJ Conyers and F Gülen

Integendeel, de kunst is om weliswaar door te gaan op de ingeslagen weg waar de oprichter op wees, en bewust zijn van de waarden en inzichten, maar het ook kunnen toepassen en ontwikkelen als er zich nieuwe omstandigheden en situaties voordoen. Dit is het punt van inherente en interne dialoogdialectiek bij alle op geloof gebaseerde bewegingen. De Gülen-beweging is geen uitzondering. Paul Weller merkte terecht op dat Gülen het bestaan bevestigt van een fundamentele continuïteit in de problemen waar mensen mee kampen in relatie tot hun gedrag met elkaar en hun plaats in het universum. Tegelijkertijd erkent hij de specifieke aard van de uitdagingen van diversiteit en pluraliteit – uitdagingen die eerder aanwezig waren in individuele historische samenlevingen, maar die zich in de 21ste eeuw hebben verplaatst naar het wereldtoneel. Gülen is tegen manieren van denken en handelen die de illusie bevorderen dat de ongemakkelijke pluraliteit van de hedendaagse wereld eenvoudig kan
worden afgeschaft.

Wat betreft het vraagstuk van de betrekkingen tussen christenen en moslims – of om het breder te trekken: tussen het westen en de islam – en de vooruitzichten voor de lopende dialoog tussen deze twee religies en hun cultuur, kunnen we het eens zijn met Charles Kimball.. Het begrijpen van verschillende oriëntaties is een belangrijke stap, maar niet de oplossing van de schijnbaar inherente conflicten. Bedachtzaamheid, creativiteit en volhardende inspanningen zijn vereist om een brug te slaan tussen echte en vermeende verschillen in fundamentele theologische afspraken. … Hoewel wij allemaal de cumulatieve bagage dragen van ons diep gewortelde erfgoed, hebben de ontwikkelingen in de afgelopen 150 jaar traditionele aannames uitgedaagd en veel besproken kwesties naar voren gebracht.

Religieuze vooroordelen die worden omgezet in superioriteit en exclusiviteit tegenover een ander, vormen een kwestie die altijd aangesproken dient te worden. Elke partij van intergelovige dialoog moet dat herkennen. Of dat nu joden, christenenof moslims zijn of welke andere religie van het Boek dan ook. Het klopt dat elk geloof een riskante onderneming is, onderhevig aan interpretatie. Het ‘boek’ is immers steeds een tekst die interpretatie en toepassing vereist. Triomfalisme moet worden tegen gegaan tenzij er enige voordeel voor werkelijke vrede valt te ontdekken. Zoals rabbijn David Rosen opmerkte: ” We moeten inderdaad de verschillen behouden en leren om ze te respecteren. Elke religie heeft zijn eigen toenadering tot God. Maar we hebben ook een universele dimensie binnen onze tradities die we delen, endeze moeten we ook benadrukken “.
Door de uitdaging van de dialoog aan te gaan proberen we de verschillende geloven waarin we leven, bewegen en ons bestaan hebben, beter te begrijpen.
In dialoog met Gülen worden moslims en niet-moslims op gelijke voet geplaatst, “voorbij vooroordelen, achterdocht, en halve waarheden, opdat zij tot een begrip komen van waar het bij islam werkelijke om gaat”. En om tot dat inzicht te komen: “Tolerantie, liefde en mededogen zijn authentieke islamitische waarden en de moslims hebben de plicht om deze waarden in de moderne wereld te brengen”. De oproep van islam is een oproep tot dialoog. Wat Gülen moslims biedt is “een manier van leven vanuit islamitische waarden temidden van de complexe eisen van de moderne samenlevingen en deelname aan een permanente dialoog en de samenwerking met mensen van andere godsdiensten”. Dialoog met
Gülen en de beweging die zijn naam draagt is een weg die niet-moslims en moslims gezamenlijk betreden in hun zoektocht naar dialoog.
”Hij is dus een brug tussen een dominante vertolking van de islam en een verlevendiging van de islam in de praktijk. “
Louis J Cantori, Fethullah Gülen: Kemalist and Islamic Republicanism and the Tur

Şahin Alpay, Milliyet, 1 maart 1997

Şahin Alpay, Milliyet, 1 maart 1997

 

In de zomer van 1996, werd er in Turkije een coalitieregering gevormd tussen de Islamistische Welzijnspartij (RP) onder leiding van de heer Necmettin Erbakan en de centrumrechtse Partij van het Juiste Pad (DYP) geleid door mevrouw Tansu Çiller, die zichzelf als de grootste opponent van de RP had aangekondigd.
Deze coalitie regering werd de volgende zomer tot ontslag gedwongen door de culminatie van een psychologische oorlogscampagne die door de Turkse Gewapende Krachten  (TSK) tegen deze regering ontworpen en uitgevoerd werd. De campagne begon met de beslissingen die op 28 februari 1997 genomen werden door de Nationale Veiligheidsraad (MGK), die de top van de regering en de militaire leiders bij elkaar bracht, betreffende maatregelen om de toename van “religieuze fundamentalisme” tegen te houden. Het jaar daarop wordt de RP gesloten door de Constitutionele Rechtbank en worden de heer Erbakan en een aantal RP politici uit de politiek verbannen voor vijf jaar.
De interventie van de militairen in 1997 om de gekozen regering te dwingen tot terugtrekking is de “postmoderne coup” genoemd omdat dit namelijk tekort schoot aan de machtsovername door de militairen, zoals het geval was in de drie voorafgaande interventies van 1960, 1971 and 1980. Het publieke debat, dat vorige week plaats had in Turkije, was gericht op waar de “postmoderne coup” over ging en de lessen ervan. Dit debat is meer dan welkom omdat het een stap vooruit betekent in de pogingen van Turkije om de liberale democratie te consolideren door te leren van fouten in het verleden.
Waarom grepen de militairen in? De drijvende kracht achter alle militaire staatsgrepen, coup bedreigingen en mislukte staatsgrepen in de geschiedenis van de Turkse democratie is de “basisfilosofie” van de Turkse staat –i.e., Kemalisme. De militairen hebben hun politieke rol gelegitimiseerd en hun positie in veiligheid gebracht als een staat binnen een staat waarbinnen de staat door hun loyaliteit aan het Kemalisme dat de bewaking van het regime aan de elites van de staat schenkt en hen houdt aan een zeer hoge autoritaire vorm van secularisme en uniculturalisme. De militairen brachten de postmoderne coup ten toneel omdat ze het vooral onacceptabel vonden dat een Islamistische politicus het ambt van minister-president had overgenomen.
Maar hadden de militairen, zoals in alle voorgaande interventies, geen steun en aanmoediging ondervonden van de ideologische en krachtige deel van het maatschappelijk middenveld, dan was het niet mogelijk geweest om hun doelstelling te bereiken. Het is onnodig te zeggen dat, rivaliserende politieke partijen, die niet echt toegewijd zijn aan democratie, de militairen steunden met de verwachting dat ze aan de macht zouden komen, zoals dat ook uiteindelijk gebeurde. Grote media eigenaren, die ook in vele andere zaken hadden geïnvesteerd, steunden de militairen omdat ze ongerust waren dat de lucratieve relatie van patronage die ze hadden met de staat en de regeringen tot nu toe, gekort zou worden als de RP aan de macht beleef. Grote ondernemingen steunden de interventie omdat ze dachten dat de RP de voorkeur zou geven aan de stijgende Anatolische zakenlieden bij de toekenning van staatssubsidies en leningen. Kemalisten in burger en militaristen die van harte de militaire campagne steunden waren niet gering in aantal en dat zijn ze zelfs vandaag ook nog steeds niet.
De RP onder leiding van Erbakan committeerde zich zeker aan de meerderheidsregel van de democratie en was geheel gerechtvaardigd in het tegen gaan van het autoritaire secularisme van de Kemalistische staat. Maar er waren wijdverspreide twijfels in de gemeenschap over het respect van RP voor de individuele rechten en vrijheden. Erbakan en een aantal van zijn opvolgers exploiteerden echt religieuze sentimenten door de boodschap te verspreiden dat Moslims hun religie zouden verraden wanneer ze hun stem niet uitbrachten op de RP. Het provocatieve discours en gedrag van Erbakan en een aantal van zijn opvolgers droeg ook bij aan de totstandkoming van deze militaire campagne.
Zelfs vrome moslims waren bezorgd over het discours en het gedrag van de RP leiders. Ik denk dat dit de reden was waarom zelfs de alom gerespecteerde moslim geleerde en spreker Fethullah Gülen openlijk voorstander was van het ontslag van de regering die geleid werd door Erbakan. Hij was hoogst waarschijnlijk zich ervan bewust dat de provocaties van Erbakan zouden kunnen resulteren in de vaststelling van verdere onderdrukkende maatregelen tegen religieuze mensen. En dat was nu wat er in het kielzog van de postmoderne coup gebeurde. Gülen zelf voelde de behoefte om zich te vestigen in de Verenigde Staten en verblijft daar nog steeds ondanks het feit dat hij vrijgesproken is van alle gerechtelijke zaken tegen hem in de nasleep van de postmoderne coup waarbij hij werd beschuldigd van activiteiten tegen het “seculiere” regime.
Als een liberaal gezinde nieuwsblad commentator, was ik ook zeer goed op de hoogte van de misstappen van Erbakan, en was ik zowel tegen de entree van de RP in de coalitieregering toen het nog niet klaar bleek te zijn om die verantwoordelijkheid te nemen en ook tegen de verbanning door de Constitutionele Rechtbank. De volgende regels kunnen illustreren wat mijn positie was ten opzichte van de RP: “De RP heeft ten minste twee gezichten. Het is nodig om de positieve te steunen en de negatieve tegen te gaan. Het moet wel fair behandeld worden zodat het naar kritiek luistert. Het is noodzakelijk om een inclusieve benadering te hebben tegenover de RP, niet alleen om zijn commitment aan de regels van het spel zeker te stellen maar ook om het tegen radicale invloeden in zijn periferie te beschermen. Allen die zich inzetten voor de democratie hebben een verantwoordelijkheid in deze.